zoek

AUTEUR

Ann Demeester

BRON

De Tijd 29 november 2001

Gerelateerde kunstenaars

OIMACTTA

2001-11-01

Toen ik gisteravond richting Roeselare kwam met de trein vanuit Gent, kreeg ik een prachtige zonsondergang te zien. Een ongelofelijk spannend samenspel van licht en kleur, schaduwen en tonaliteiten. Ik herinner me dan ook een boek van de Amerikaanse auteur David Markson waarin de vermeende minnares van Wittgenstein elke zonsondergang benoemd met de naam van de schilder; op maandag was er een Van Gogh, op dinsdag een Gaugain, op woensdag een Caspar Friedrich, op donderdag een Turner enzÖAls ik zou denken in dat soort categorieÎn dan heb ik gisteren misschien wel een Vandekerkhove gezien. Niet in die zin dat Karien Vandekerkhove hier in de aanpalende ruimte een soort artificiÎle zonsondergang heeft gecreeerd maar wel dat zij net als diegene of datgene die verantwoordelijk is voor het wonderlijke schouwspel bij het ondergaan van de zon een onvergetelijk werk heeft gecreeerd op basis van heel eenvoudige en bijna efemere, immateriële middelen als licht, reflecties en schaduwen. Van hieruit krijg je als kijker al een soort prelude van het werk te zien. Een lichtcirkel die over de glazen deuren danst. Alsof je naar binnen wordt gelokt.  Wie de ruimte binnenstapt weet zich gevangen in een verstilde, bijna unheimliche atmosfeer. We zien twee witgeschilderde stoelen die bijna eenzaam in de ruimte staan. Het zijn gewone, alledaagse gebruiksvoorwerpen die plots niet meer functioneel zijn, een bijna menselijk karakter krijgen. Karien Vandekerkhove lijkt op die manier de verhoudingen om te draaien, net zoals Joseph Beuys, Franz West en Dieter Appelt dat voor haar hebben gedaan integreert zij een stoel in een installatie en geeft die daardoor een totaal andere lading; het is niet langer een zitmeubel maar een zelfstandig object dat een hele nieuwe betekenis krijgt. Ik lees er ondermeer een spel met aan en afwezigheid in. Alsof de stoel het teken is van een soort verlatenheid, een ongedefinieerde eenzaamheid. Dat is ook zo in een eerdere reeks fotos die de kunstenaar maakte tijdens een aantal reizen doorheen Mexico en Griekenland. Fotos van eenzame stoelen die een soort symbool lijken te zijn van het alleen zijn. Ze staan onder een afdak, tegen een blinde muur, in de open ruimte, telkens weer in een ongebruikelijke onhuiselijke context. Alsof ze op die plaats niet thuishoren. Alsof iemand ze er zomaar heeft neergepot en ze vervolgens heeft achtergelaten omdat ze niet langer waardevol zijn. Eenzelfde gevoel krijg je als je de stoelen in de ruimte hiernaast bekijkt. De stoel staat er te staan, ze wordt nog eens ontdubbeld in de schaduw op de wand. Ze is er en toch weer niet. Door het spel met de schaduw lijkt ze twee keer aanwezig en tegelijkertijd heel erg ontastbaar te worden, alsof het alleen maar een geheel van contouren en lijnen is en niet langer een voorwerp dat je in de handen kunt nemen, verplaatsen, erop gaan zitten of staan. De stoel wordt bijna immaterieel. Daarmee ben ik meteen aanbeland bij wat mij het meeste heeft getroffen in deze installatie. Het feit dat Karien Vandekerkhove iets ontastbaars en transparants als licht heeft gebruikt om de ruimte te activeren. Het is niet langer een lege, ongemakkelijke ruimte met een bizarre architectuur maar wel een soort warme holte geworden, een soort luchtbel die van de rest van de wereld is afgesloten, een cocon, een soort isoleercel die uitnodigt tot stilte en medidatie. Je ziet lichtdruppels over de muren dansen. Het ene moment schieten ze heel snel als een soort schietsspoel voorbij, het andere moment lijken ze tergend traag langs de muur te kruipen. Het lijken een soort organische cellen, die het ene moment langs elkaar heen bewegen en het andere moment met elkaar versmelten. Het ene moment hebben de lichtkernen iets van een bacterie die je onder de microscoop bekijkt, het andere moment, als het licht over de met rood fluweelig tapijt bedekte trap glijdt, lijken het wel schijnwerpers die de aanwezigheid van een acteur aankondigen. Het ritme en de bewegingspatronen wisselen continu, alsof er een soort visuele melodie wordt gespeeld. Het is eenvoud troef en toch bijna betoverend. Ik ken maar een kunstenaar die met dezelfde minimale middelen zoín maximum aan effect kan bereiken en dat is de Duits-Amerikaanse Charly Steiger. In de parkabdij van  Heverlee, bij Leuven waar momenteel een tentoonstelling loopt die werd opgezet door Jan Hoet en het team van het SMAK heeft zij een installatie gerealiseerd in een open stal waar in vroegere tijden de koetsen van de geestelijken werden geparkeerd. Ook zij gebruikt hiervoor een aantal lichtbronnen die met elkaar een interactie aangaan, net als Karien hier doet zorgt zij ervoor dat de kijker wordt gevangen in een soort lichtmuziek, een spel van schaduwen en reflecties. Wat Karien Vandekerkhove hier heeft gedaan is zo mogelijk nog sterker.  Het werk houdt zich ergens op in het tussengebied tussen droom en werkelijkheid. Ze heeft de kijker het gevoel dat de tijd wordt stilgezet op het moment dat je de installatie binnentreedt. Alsof de tijd even ophoudt te bestaan en het leven daarbuiten even wordt uitgesteld. Het werk lijkt nooit af, krijgt nooit een finale vorm maar zit in een soort continu wordingsproces. Elk moment is het anders en nieuw. Misschien dat ik me daarom zo overbodig voel vanavond. Ik heb het gevoel dat ik met woorden niets aan dit werk kan toevoegen. Het laat zich niet analyseren en ontleden. Je moet het niet horen of lezen maar wel ondergaan en ervaren.